Masters op BdsmAttitude

Add titleMasters op BdsmAttitude

De tekst hieronder werd door Eric zelf geschreven en ingeleverd bij websites die hem vroegen iets over zichzelf te delen. Helaas zijn veel van deze sites inmiddels offline.
De tekst hieronder werd gepubliceerd op de site BdsmAttitude.

Ik noem mij graag Meester/BDSM-schrijver. Niet omdat mijn schrijfkunsten nu zo meesterlijk zijn – ik doe mijn best, maar het kan altijd beter – maar omdat ik overwegend (maar niet uitsluitend) vanuit mijn ervaringen als dominant over SM schrijf.

Over Eric Masters de BDSM-schrijver én over Eric Masters de Meester doen de nodige verhalen de ronde in ‘het wereldje’. Voor wat betreft realiteitsgehalte variëren deze verhalen van volledig waar tot volledig verzonnen.

Ik zal niet ontkennen dat met name een aantal verhalen van de laatste categorie door mijzelf in omloop zijn gebracht. Mensen op het verkeerde been zetten is een slechte eigenschap, maar soms kan ik het niet laten. Mijn partner kan daarover meepraten, als ik haar weer eens als mijn Meesteres heb voorgesteld.

Een tweede reden is, dat de vaderlandse SM-scene zo hier en daar van roddels aan elkaar hangt, en dan kun je het initiatief maar beter naar je toe trekken.

Mijn SM-ontwikkeling

De oorsprong van mijn belangstelling voor BDSM en fetishisme – voor mij een twee-eenheid –  is helaas gehuld in de nevelen der tijd. Eigenlijk kan ik mij niet heugen dat ik er géén belangstelling voor had, en mijn vroegste herinnering gaat terug tot de kleutertijd. Pas in de puberteit echter kon ik de bijbehorende gevoelens en fantasieën ook als zodanig benoemen.

Dat was op het nippertje, want ik deed mijn eerste echte ervaring op terwijl ik nog op de middelbare school zat. Ik werd verliefd zoals alleen een puber verliefd kan worden, en wel op een vreselijk lieve en bizarre dame die ruim tien jaar ouder was.

Om eerlijk te zijn was mijn inbreng beduidend minder dominant dan vandaag de dag, ook al omdat zij het overwicht der jaren had. In feite was ik gewoon haar lustslaafje, maar daar had ik geen enkel bezwaar tegen. Een spannende en leerzame tijd, die ik voor geen goud had willen missen. Haar invloed doet zich nog steeds gelden, getuige o.a. mijn voorliefde voor slavinnen in klassieke lingerie en plastic broekjes. Ze moest eens weten.

Een paar jaar later kwam onvermijdelijk de échte ‘aard van het beestje’ boven, en sindsdien sta ik aan de goede kant van de zweep, die van het handvat.

In theorie sluit ik overigens niet uit dat ik ooit in de juiste dominante dame mijn meerdere zal moeten erkennen, maar in de praktijk acht ik de kans daarop nihil. Kwestie van de verkeerde karakter-eigenschappen.

Door deze zelfde karaktereigenschappen stel ik ook hoge eisen, aan mijn gezelschap in het algemeen, en aan mijn slavinnen in het bijzonder. Geen hogere dan ik aan mezelf stel in feite, maar kennelijk zit ik daarmee toch dermate ‘hoog in de markt’ dat de spoeling behoorlijk dun is. Het zij zo! Mijn motto is al jaren ‘Beter geen slavin dan een slechte!’, en de ervaring heeft geleerd dat hieraan concessies doen onherroepelijk op teleurstellingen uitdraait. In mijn trouwe huisslavin bezat ik een partner die aan mijn eisen voldeed. En aan mij gewaagd was, en nog steeds is.

Helaas echter niet meer zozeer als slavin. De lichamelijke beperkingen als gevolg van een aantal medische ingrepen hebben daar een stokje voor gestoken. Zodat ik de laatste tijd nog meer dan vroeger ben aangewezen op externe slavinnen om mijn armspieren getraind te houden. En mijn zwepen soepel. Dat het moeilijk is om geschikte slavinnen te vinden, heeft uiteraard weer te maken met de eerdergenoemde eisen die ik stel.

Behalve deze real life ervaringen zijn er nog een aantal factoren van belang (geweest) voor mijn SM-ontwikkeling.

Onder anderen het ontdekken, kopen, en lezen van mijn eerste nummer van Massad (nummer 50) eind jaren zeventig, het in ruwweg diezelfde tijd zien van de eerste Histoire d’O-verfilming in de bioscoop en aansluitend de aanschaf van Guido Crepax’ stripversie, en de ontdekking van de werken van John Willie hebben een zware stempel gedrukt. Last but not least zijn daar de verschillende slavinnen geweest waarmee ik kortere of langere tijd een Meester/slavin-verhouding heb gehad, en die mij zonder uitzondering  vooral veel zelfkennis hebben laten opdoen.

Schrijven over SM

Schrijven over zaken die mij boeien is een tweede natuur. Al op de basisschool werden opstellen van mij in de klas voorgelezen – heel gênant op die leeftijd! – en later werkte ik mee aan, en stond in veel gevallen aan de wieg van, een aantal verenigings- en clubbladen.

Bij mijn werkgever blies ik een bedrijfsblad nieuw leven in, en bleef zo’n tien jaar betrokken bij de redactie. Behalve van schrijven op zich, heb ik daardoor ook de nodige kennis opgedaan van het ontwerp- en productieproces van kranten en magazines.

De ontwikkelingen staan niet stil, en inmiddels heb ik ook bemoeienissen met de website van mijn werkgever, het bedrijfs-intranet, en nog wat aanverwante zaken.

Verhalen, en zeker SM-verhalen, gaan over emoties. Emoties die ik, de schrijver, probeer over te brengen op u, de lezer(es). Daarbij is een medium nodig, de Nederlandse taal. Dat medium probeer ik zo goed mogelijk, en dus zo foutloos mogelijk, te gebruiken. Dat dit niet voor de volle honderd procent lukt, heeft verschillende redenen.

Natuurlijk, ik streef naar perfectie, maar mijn aangeboren slordigheid verhindert dat ik die ooit zal bereiken. Verder ben ik beslist geen taalpurist, en al helemaal geen fan van het streven om op gezette tijden de spelling aan te passen aan het steeds verder afglijdende taalonderwijs. Tot slot staat het zuiver hanteren van alle taalregels vaak datgene in de weg wat ik als mijn hoofdtaak zie; het overbrengen van emoties.

De regels kennen betekent in mijn geval dus niet dat je ze ook altijd moet toepassen. Schrijven is voor mij een soort schilderen met woorden, en zoals de ene tint een ander gevoel oproept dan de andere, heb ik dat met woorden ook. Het woord ‘corset’ bij voorbeeld hoor je als ‘korset’ te schrijven, en ‘fetish’ als ‘fetisj’. Dat ik dit niet doe, komt omdat die woorden in de correcte spelling niet datgene overbrengen wat ik voel. En zo zijn er meer voorbeelden in mijn teksten aan te treffen.

Mijn eerste SM-verhaal schreef ik al zo’n kwarteeuw geleden. Dat was voor Massad, en nog steeds lever ik regelmatig bijdragen aan Nederlands oudste nog bestaande SM-magazine.

Midden jaren negentig werd ik lid van de VSSM, en nog geen jaar later had ik het tamelijk masochistische genoegen een aantal maanden in de Kerfstok-redactie te zitten. Aansluitend schreef ik voor SublieM, het toenmalige magazine van de gelijknamige Rotterdamse winkel, de verhalenserie ‘A dirty mind is a joy forever!’

Eind 1998 belandde ik in Club Doma, en voor het jaar om was had ik mijn eerste teksten voor Doma- en SlaveGirl-magazine geschreven. Naast de gewone verhalen ging ik ook reportages en achtergrondartikelen schrijven, en natuurlijk de Clubnight-reports. Die Clubnight-reports en een deel van de verhalen verschenen al snel ook op de Doma-website.

De laatste jaren controleerde ik ook regelmatig de drukproeven van deze magazines, maar de organisatie van het productieproces was zo rommelig dat dit een tamelijk frustrerende bezigheid was.

Aan de samenwerking met Doma, club zowel als magazine, kwam in mei 2005 een abrupt einde. Achteraf bezien heb ik zo’n beetje de laatste opleving van die club van nabij meegemaakt, want sindsdien is het alleen maar bergafwaarts gegaan.

Sinds voorjaar 2004, na een bezoek aan redactieleden Meester Pe en zijn totaalslavin Angel, leverde ik ook bijdragen aan het Belgische Steel Moon magazine, een toen relatief nieuw en kwalitatief hoogstaand magazine dat in 2003 op de markt kwam.

Een eerste verhaal stond in Volume 5, en sindsdien volgden er meer. Deze samenwerking beviel mij goed, en duurde tot eind 2009 met volume 22 het laatste nummer verscheen.

Bijdragen van mij zijn ook gepubliceerd in de inmiddels opgeheven ‘papieren’ Corsetbrief van J.C.Creations, een periodiek uitgegeven nieuwsbrief met allerlei wetenswaardigheden met betrekking tot (fetish)corsetten. Deze Corsetbrief werd min of meer opgevolgd door een aparte website van JCC, http://www.corsetworld.com, waarop onder meer een drietal corsetgerelateerde bijdragen van mij hebben gestaan. Inmiddels is dit helaas een betaalsite geworden, en is de opzet totaal veranderd.

Verder staan er bijdragen van mij op verschillende websites van vrienden en kennissen, en zowel met als zonder mijn toestemming op een aantal andere.

Tot slot

Schrijven is een vorm van herbeleven, en zeker in het geval van stoute spelletjes met slavinnen is dat verre van onaangenaam. Daarnaast is het wel eens prettig om alle remmen van de fantasie los te gooien, en te kijken wat er dan op papier komt. Merkwaardig genoeg ontstaan er dan meestal totaal andere verhalen dan mij oorspronkelijk voor ogen stonden. Ook al ben ik nog zo dominant, het verhaal zelf neemt dan de teugels in handen.

Andere voordelen zijn, dat je als BDSM-schrijver op plaatsen komt waar je anders niet zo makkelijk komt, en vooral dat je mooie en boeiende mensen ontmoet op een wijze die in het profane leven ondenkbaar is.

Nadelen zijn er natuurlijk ook. Als bij alle hobby’s gaat er vooral veel tijd in zitten. Dat is wel eens moeilijk, omdat ik naast mijn SM-leven ook een behoorlijk druk ‘profaan’ leven heb. Ook lopen de kosten soms behoorlijk uit de hand, en als daar al opbrengsten tegenover staan, is dat beslist niet in harde Euro’s.

Schrijven is voor mij ook een continu verbeterproces, een manier om de pen scherp te houden. In dat licht bezien is het jammer dat feedback van lezers (M/V) nogal schaars is. Sinds ik deze website heb (januari 2004) is daar wel wat verbetering in gekomen, maar het kan natuurlijk altijd beter. Ook een Meester/BDSM-schrijver kan tenslotte niet zonder gefundeerde opbouwende kritiek!

Eric Masters

Meester/BDSM-schrijver

Juli 2011

%d bloggers like this: